Uit het lustrumblad van 2005

Naar aanleiding van een lustrumviering in 2005 heeft Max het onderstaande artikel geschreven over verschillende speelgelegenheden waar de Bridgeclub gebruik van heeft gemaakt. Het leek mij leuk om jullie in het jaar dat wij 85 jaar bestaan hier een stukje clubgeschiedenis in herinnering te roepen..

Verschillende speelgelegenheden in het bestaan van Bridgeclub Assen 1935:

 In 1954 werd ik inwoner van Assen. De eerste maanden had ik het genoegen in de kost te zijn bij de moeder van Sientje Vinkes ( lid geweest van Assen35) Tot mijn geluk wist zij, omdat Assen toen niet meer was dan een uit de kluiten gewassen dorp, mij veel te vertellen over de inwoners en activiteiten van het stadje.

Over bridge heb ik haar echter nooit gehoord. Daar ik die sport al in mijn studententijd beoefende hield ik er belangstelling voor. Samen met Anneke (mijn vrouw) verdiepten wij ons er wat verder in en wij verkregen onze oefening door thuisbridge tegen bevriende echtparen.

In juli 1959 werden wij door een lid van de TC benaderd met de vraag of wij lid wilden worden van de bridgeclub. Na veel aarzeling viel het besluit om ja te zeggen.

We werden gelijk voor de leeuwen gegooid, aan een ander paar gekoppeld en hup viertallen maar. Met de arrogantie, de jeugd eigen, van een pas afgestudeerde, dacht ik iedereen te kunnen verslaan. Nu dat bleek een misvatting.

Op de club bleek er nogal een omissie in onze kennis te zitten. Het zal u dan ook niet verbazen dat de eerste wedstrijden verloren gingen. De reactie bij ons nevenpaar zal niet vrolijk zijn geweest, maar ze hebben niets laten blijken.

Dit alles speelde zich af in de vroegere Hertenkamp (afgebrand en weer opgebouwd). Hier begint mijn ervaring met de lokaliteiten van Assen35. In de Hertenkamp stond een kolenkachel, welke in het stookseizoen ’s avonds pas laat werd aan gestoken (aan bridgers wordt niet veel verdiend) Bij binnenkomst hokten de leden dan ook eerst om de kachel om warm te worden is mij verteld.

Spoedig verhuisde de club naar het nu niet meer bestaande schouwburg/restaurant complex Bellevue. Dit had diverse zalen tot haar beschikking, zodat er bij andere evenementen altijd ruimte beschikbaar was. De mores waren toen wat anders dan vandaag de dag.

Zo ging op een vrije speelavond een lid van de TC op een tafel staan en las de groepsindeling voor. Bij veel rumoerigheid werd een megafoon ter hand genomen om het lawaai, vooral bij het wisselen, te overschreeuwen.

Aan het eind van de avond werden de consumptiebonnen contant afgerekend en dat leidde tot flinke opstoppingen en tot een latere tijd om onder de wol te kruipen. Deze manier van afrekenen had één voordeel, er was meer (onbedoelde) controle op het totale persoonlijke verbruik en het leverde de obers veelal een fooi op.

De bediening was toen ook al een bespreekitem, maar anders dan vandaag. Bij  (te)veel activiteiten schoot die er wel eens bij in en de sluitingstijd werd door de obers bepaald. Zo overkwam het Binus van Zalen, dat hij om 24.00 uur nog een rondje wilde geven, maar dat ging mooi niet door. Tijd was tijd en het was twaalf uur en dus. Ik herinner mij dat er na dit voorval heel wat rondjes niet meer aangeboden werden.

Vermakelijk, maar ook als kwetsend ervaren, was het voorval op het balkon van de toneelzaal. Bij toneelvoorstellingen liepen leden die een stilzit hadden nog wel eens de trap op naar boven om, “ter doding van de tijd”, een kijkje bij de voorstelling te nemen.

Zo ook prof. Dr. Jan Barkman, de man die bijna iedere maandagavond op de club kwam met de enthousiaste kreet: “moet je eens luisteren, wat zou jij doen in dit geval?”. Gevolgd door een altijd boeiend en intrigerend verhaal. Hij zag daarbij over het hoofd dat jij het probleem in één minuut moest oplossen terwijl hij er dagen over had lopen broeden.

Deze hooggeleerde heer, de eenvoud zelve, werd op de bewuste trap eens door de uitbater aangesproken met: “wat doe jij hier, jij mag hier helemaal niet komen” en daar werd nog aan toegevoegd “dat bridgers ongepast nieuwsgierig waren”. Gelukkig was Jan niet op z’n mondje gevallen en gaf hem op correcte wijze weerwoord.

Uiteindelijk moest de club vanwege een haat/liefde verhouding tussen haar en het personeel de biezen pakken.

Een andere lokaliteit  was daarna de Herberg in Ubbena. We werden door Geert en Rika Huisman als familie binnen gehaald en behandeld.

Er kwam om de club als het ware een warme deken te hangen en niets was te veel. De reisafstand werd daarmee op de koop toegenomen. Veel zou er over te vertellen zijn, maar dat zou te ver voeren. Eén feit wil ik u niet onthouden. Het was de tijd dat de theezakjes in zwang kwamen. Dus bruin en bitter was uit. Edoch niet helemaal. Waar u en ik het normaal vinden dat wij zelf de duur (en dus de kleur ) van ons theezakje doping in de hand willen houden, werd er daar in Ubbena anders over gedacht. Bij één persoon van de bediening heerste de opvatting; “ik hang het theezakje direct maar in het water, want dan staat het kopje vast kant en klaar”. Het heeft enige tijd geduurd om die op(mis)vatting uit te bannen.

De locatie Ubbena moest ook weer worden verlaten, want de Chinezen kwamen, althans van plan waren te komen, want de luchtspiegelingen gingen in eerste instantie niet door.

Naderhand werd de herberg alsnog verkocht en kwam er een wok restaurant in.

Voor de club was er echter al geen weg meer terug, die had inmiddels wederom onderdak gevonden bij de Hertenkamp.

Tot zover enkele wederwaardigheden over het onderkomen van de club.

Dit artikel is overgenomen uit een clubblad van 2015 geschreven door Max Aardema.

En zoals u allen weet is de Hertenkamp in 2016 ook weer verlaten en spelen we momenteel op de dinsdagavond in de Bonte Wever en maandag en woensdag middag in de kantine van Achilles.